Menu
|
Verboden te chillen
They’re back. Gewapend met pakjes peuken, goedkope flesjes fris of Bullit liggen ze, na nauwelijks een weekje school, alweer uit te puffen in het groene gras. Bleekpop is achter de rug en de zomer waggelt nog even voort, dus is het grote veld weer bezet voor luie middagen en dronken weekenden. Plaats delict? De Bleek, natuurlijk.
Ik zal eerlijk zijn. Ik heb zelf ook vaak genoeg op het beruchte grasveld gezeten. Lekker liggen in de zon na school of op zaterdagnacht, na een avondje in de kroeg. Je hopte met een vriend of drie op de fiets, wankelde de stad uit en het bleek nog net te vroeg om naar huis te wankelen. Dus ging je na de fietsbrug linksaf, zwiepte je fiets over de railing en flikkerde je voertuig in het gras. Alle tassen gingen open en overal verschenen treetjes bier en kilo's chips. Het viertal werd binnen no time een clubje door de komst van goede vrienden en vage kennissen. Wie niks bij zich had, ging voorzichtig bietsen bij zijn buurman. Wat muziek door een paar brakke speakertjes en de sfeer was compleet.
Arm der wet
Dat is, zo spreekt een oude zak van eenentwintig, alweer een paar jaar geleden. Om oude tijden te doen herleven en even te doen alsof we weer zestien zijn taai ik met een paar bekenden op een schemerige zaterdagavond af naar de Bleek. Ik kijk naar links en zie een dwaze glimlach op het gezicht van een lichtelijk beschonken vriend verschijnen als we de fietsbrug passeren. En ja hoor, er zit alweer een kringetje klaar. Ik zeg hoi zoals het hoort, biets een sigaretje, trekt mijn lauwe bierblik open en leg mijn hoofd te ruste in het gras. Ik kijk omhoog. Kut.
“En wat zijn we hier aan het doen?” Recht boven me hangt een rood aangelopen hoofd onder een politiepet kwaad naar me te staren. Stierennek, rode neus. Tekens van een gedreven wetsdienaar. “Liggen, meneer. Genieten van het weekend. Is er een probleem?” Meneer agent beschijnt met een felle zaklamp de puinzooi in het midden van het kringetje. “Jazeker. Jullie mogen hier niet zitten.” De tweede politieman staat zijn collega bij en wappert druk met zijn lampje. Vriend nummer één werpt zichzelf in de strijd. “Maar meneer agent meneer, we ruimen alles op hoor!” Daar gaat het niet om, vertelt hij. “Dit is de openbare weg en daar mag je niet zomaar drinken.”
Gezelligheid kent geen tijd
Vriend nummer twee raakt geïrriteerd. “Vroeger schenen jullie nog eens bij als iemand een shagje rolde in het donker. Vroeger moest het veld gewoon schoon zijn aan het eind van de avond, verder geen problemen. Toen kon dat nog, dus waarom nu niet?” Na een fikse bierboer murmelt nummer twee nog wat door over broederliefde, peace en love. Oom agent rolt met zijn ogen en schijnt expres wat mensen in het gezicht. “Daar gaat het niet om. Ik wil dat jullie met een paar minuten weg zijn.” Om zijn woorden kracht bij te zetten zet de boomlange diender zijn handen in zijn zij. “Of willen jullie soms een boete krijgen?”
Verontwaardigd fietst de hele bende een paar minuten later naar huis. Gemopper alom, natuurlijk. Zorgden we voor overlast? Voor zover ik weet niet. Zijn een paar kids, liggend op een grasveld, niet te vertrouwen? Is de gemeente bang voor een bosbrand? Een week later fiets ik met een gevoel van heimwee langs de Bleek. Vriend nummer twee kijkt me beteuterd aan. Fuck it. Gaan we met zijn allen lekker in mijn tuin liggen.
|