<< terugJe bent nu hier : Home * Bert Hork schrijft * Strak gepland en hulpeloos
Zoeken in de site
Strak gepland en hulpeloos

 

Je handen over elkaar of achter je rug? Staren naar de grond of toch maar je hoofd 'trots' omhoog? Niet met je voeten schuiven, dat galmt door de hele zaal heen. Jeuk aan mijn rug, nee, niks aan doen, gewoon een beetje heen en weer schuiven tegen de bank, hoewel dat echt niet helpt. Doe ik een arm om je heen, of houd ik je hand vast? En hoe huil ik eigenlijk goed?

 

Hulpeloos. Hoeveel bossen bloemen er ook liggen op de kist en hoe mooi de verhalen over vaste ontbijttafelgrapjes, eeuwige motto's en anekdotes ook zijn, ik voel me altijd volstrekt, enorm en volslagen hulpeloos als er iemand herdacht gaat worden. Één hand op de kist terwijl je niet durft te kijken? Je tranen wegvegen of niet? Staat dit pak niet stom? En zit mijn haar wel netjes? Bekneld en onhandig zit ik op een houten bank, te denken over hoe stom het eigenlijk is om tussen zes eikenhouten planken de grond in gedrukt te worden. Hoe stom het is om dood te gaan.

 

Hand of knuffel

 

Uitvaartbegeleider lijkt me een job from hell in de tiende graad. Hoe ga je dan in godsnaam om met een ochtendhumeur? Een te korte nacht? Een verkeerd gespelde naam is zo gebeurd, geloof me. “Beste dames, heren, familie, vrienden, buren en buitenlui. Fred. Wat te zeggen over Fred? Ik denk, dat Fred altijd een goede vriend is geweest. Hij.... Sorry? Wat? ...Eddie?” Wat zegt z'n vrouw als de beste man in zijn zwarte pak aanschuift voor het avondeten? “Hoi schat, goede dag gehad?” Kudos als je het aan kan. Ik zit binnenkort ook weer in de kerk en wil de begrafeniskaart, met grijze envelop en al, weer terug in de brievenbus rammen en doen alsof het nooit is gebeurd.

 

Moeilijk om toe te geven, dit, maar bij elke plechtige begrafenis, wake of crematie, voel ik me een volstrekte egoïst. Hoe komt mijn stukje tekst over, nu zou ik toch echt al moeten janken, dat liedje doet mij eigenlijk maar weinig. Hoe moet je denken aan de ander, die daar als een miniatuurversie van zichzelf ligt uitgestald, hoe moet je zijn leven eren? Toosten is ook maar een gebaar, het schudden van een hand is toch niet echt steun.

 

Mijn maag draait overuren en die tranen over mijn wangen luchten nauwelijks meer op. Ik knijpt vriendschappelijk in een schouder en geef een goed bedoelde zoen, maar 's avonds in mijn bed moet ik het alleen zien te redden. En 's ochtends kan ik iedere goedgemutst persoon op straat wel op zijn of haar smoel meppen, gewoon voor die glimlach die ik zelf niet meer terug kan vinden.

 

Niks te zeggen

 

Het rare is, het is nog niet eens zover. De dood ligt op de loer, maar hij blijft wachten op zijn startschot. Dus houdt iedereen zijn adem in, zo lang dat het pijn doet. En dat doet het de hele tijd. Weet, je, eerlijk gezegd heb ik nu eigenlijk helemaal geen zin om dit stukje te tikken. Ook zie ik het niet zitten om te eindigen met een flauwe twist, een plaatje, een grap. Ik weet niet of het goed is wat ik schrijf en ik denk al helemaal niet gelijk te hebben. Ik doe mijn best, schrijf en praat maar weet eigenlijk niet hoe of bij wie ik moet beginnen. Dus ik begin bij het begin. Opa, ik mis je nu al.


 
Denk mee | Contact | Colofon | Proclaimer | Print deze pagina